woensdag, april 20


  
Haspengouws streekproduct sinds 1843

'Alleen kun je geen stroop maken'


'Ik zie aan de schoonheid van de


bloesems hoeveel werk er op ons afkomt'

De familie Bleus, stroopstokers, Vrolingen








Zondagochtend. Ivo Bleus en zijn vrouw Carine zijn om vijf uur opgestaan.
Zoals gewoonlijk, in de wintertijd. Ivo staat in een blauwe kiel boven een
dampende koperen ketel uit 1919, roerend in de kokende appels. Carine legt
de juten doeken klaar om de appels straks te zeven. Het zijn lange dagen in
een schuurtje. “De grote kunst van het stroop stoken is dat je de hele herfst
en winter met weinig slaap moet toekomen”, zei Ivo’s vader altijd.
Moeder Eugenie (86): “De kinderen zijn met de stroop opgegroeid en met de
geur van kokende appels en peren. Vroeger, als de boeren aardappels aan
het rooien waren, konden ze ver in de velden ruiken dat we stroop maakten.
Dan kwamen ze ’s middags over het veld hierheen om stroop te proeven.
Onze kinderen zijn de smaak nooit beu geworden.”
Ivo: “Een kind uit een frituur eet toch ook nog frieten? Ik moet de stroop
iedere dag proeven. Het zit in het bloed. Ik zie aan de schoonheid van de
bloesems hoeveel werk er op ons afkomt. Als ik in de lente met de wagen
door Haspengouw rij, zeg ik al tegen mijn vrouw: ‘We zullen het druk krijgen’,
of niet.”
De Limburgse familie Bleus had vroeger velden, huizen, een slachterij, een
winkel, een café, een bakkerij én ze maakte stroop. Ivo: “Mijn
betovergrootvader kocht in 1845 een stroopstokerij voor zijn twee zonen. Een
stroopstokerij kon je in die tijd vergelijken met een molen. De mensen
brachten het fruit dat niet geschikt was voor de handel of dat van de bomen
gewaaid was naar hier, en in ruil kregen ze een potje stroop mee naar huis. In
1994 hebben mijn broer en ik de zaak overgenomen. Vader wilde stoppen,
maakte alleen nog wat stroop voor de mensen uit de buurt. Hij vroeg ons of
we de stroopmakerij niet bij ons gewone werk konden nemen. Ik werkte in die
tijd als arbeider op een fabriek, mijn broer was nachtverpleger in een
psychiatrische inrichting. Onze vader heeft ons in de stiel ingewijd."
‘Vroeger, als de boeren aardappels aan het rooien waren, konden
ze ver in de velden ruiken dat we stroop maakten. Dan kwamen ze
’s middags over het veld hierheen om stroop te proeven’
“‘Een mooi vak, maar ook een beetje slavenwerk’, dat zei hij altijd. De laatste
tien minuten, als het sap bijna stroop is, moet er iemand in de ketel roeren
met een lepel. Niet te fel, anders wordt de stroop te bleek. Maar ook genoeg,
anders brandt de stroop aan. Terwijl de andere de dikte van het stroop meet.
Mijn vader deed dat op het licht. Hij stopte een pollepel in de stroop, hij hief
die hoog op en keek door de stroopstraal die naar beneden liep naar het licht.
Als hij op een bepaalde manier door het stroopgordijn kon kijken, besliste hij
dat de stroop goed was. Het is altijd oppassen geblazen, want de stroop mag
niet te dik worden. Toen mijn vader ouder werd en eigenlijk zijn ogen niet
meer kon vertrouwen, dikte de stroop soms te veel aan. Door het
stroopgordijn heen kijken, ik heb het van hem geleerd. Maar toch gebruik ik
voor de veiligheid liever een refractometer die de dikte meet.
“Mijn broer besloot in 2006 om stroop te maken met zijn zoon, in Borgloon.
Deze stroopstokerij heeft toen enkele maanden stil gelegen. De gedachte dat
de ketting van vijf generaties zou worden verbroken… hartzeer had ik ervan.
De mensen spraken me erover aan. Na vele slapeloze nachten heb ik de
zaak toch verdergezet.
“Nu zitten mijn vrouw en ik dagelijks van ’s morgens tot ’s avonds bij de twee
ketels, waar vader en moeder ook al bij zaten. Mijn vrouw moet altijd helpen.
Alleen kun je geen stroop maken.”
Moeder Eugenie: “Ik praatte graag met mijn man tijdens het stroop maken. Ik
zat op het bankje naast de ketel en hij op een stoeltje. We spraken over het
weer, of over het nieuws. Uren aan een stuk roeren, dat is saai. Maar al
roerend ruzie ma-ken hebben we nooit gedaan.”
reportage:Door Rick de Leeuw
 


Toen we door het dorp Wellen-Vrolingen reden tijdens onze bloesemtochten in de Haspengouw werd onze aandacht getrokken door dit stroopfabriekje.
Op het bord tegen de gevel stonden de woorden
'bezoekers welkom'

 we liepen achterom en vroegen of we een kijkje mochten nemen,
en de ambachtelijke stroopmaker had alle tijd en tijdens zijn werkzaamheden vertelden hij vol trots over het familie bedrijf wat al 5 generaties stroop maakt.


Het was zeer interessant om te horen en te zien wat voor werk er verzet moet worden voordat de potten met heerlijke, eerlijke stroop op het schap klaarstaan om op de boterham gesmeerd te worden.

Jullie begrijpen natuurlijk dat ik er de nodige potten kocht en mee naar huis nam.


En ik kan jullie verzekeren ....
heb nog nooit zo'n lekkere stroop op m'n bammetje gehad!

Als laatste ambachtelijke stroopstokerij
in deze regio,
Beschermd monument sinds 1995
is een bezoekje steeds de moeite waard
~~~~


hadden we ook nog graag even binnen gekeken maar we kwamen niet op het juiste moment van openings uren.


Het waren interessante en leerzame uurtjes,
en ik heb zeer veel bewondering en respect voor de ambachtsman
***De stroopmaker***





Hoop hier de liefhebbers van stroop en het oude ambacht van stroopmaker hier een plezier mee te doen.

Lieve groeten,Ger








Related Posts with Thumbnails

Auteursrechtelijk beschermd

Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Hoorn Des Overvloeds is het pertinent niet toegestaan om foto's en /of teksten of onderdelen van mijn blog te gebruiken voor privé en /of zakelijke doeleinden in welke vorm of hoedanigheid dan ook.
Bij constatering van welk gebruik dan ook zal aangifte worden gedaan.
Tevens zal een procedure worden gestart om de kosten te verhalen die hierop van toepassing zijn uit hoofde van de auteurswet.